IJsland

Dyrholaey Zuid-IJsland

Ligging

IJsland is een eiland net onder de noordpoolcirkel, zowat halverwege tussen Noorwegen en Noord-Amerika. Tegen de zuid- en oostkust beukt de rusteloze Noord-Atlantische Oceaan en aan de overkant de Noordelijke IJszee. Met een oppervlakte van 103.000 km² is IJsland ongeveer 3,4 keer groter dan België (30.528 km²). Een warme golfstroom die de zuidkant passeert zorgt er voor een subpolair zeeklimaat met frisse, winderige zomers en vrij milde winters waarbij de uiterste temperaturen niet extreem ver uit mekaar liggen. De gemiddelde zomertemperatuur is ongeveer 11 °C (Reykjavík, juli 2010). Ter vergelijking, Brussel: 14,7 °C.

IJsland INFO

Bezoekers info: IJslandreizen Visit Iceland Visit Reykjavík Visitor's Guide IJsland-ENZO IJsland-info

Bereikbaar via: Keflavik Airport Smyril Line (ferry)

Weer en wegentoestand: Icelandic Meteorological Office Road Conditions

Kaarten: Já kort ViaMichelin Free Maps

Dieren en planten: Fauna Ice Whale Birding Planten

Natuur: National Parks Environment Volcano Center Volcano Discovery Aorora Forecast

E-magazines: Icelandreview IceNews Iceland monitor Grapevine Icelandic Times

IJsland reisboek: IJSLAND door Mirjam De Waard en Edwin Zanen - Uitgeverij: J.H. Gottmer/H.J.W. Brecht BV
ISBN 978 90 257 6053 3 (e-book ISBN 978 90 257 5798 4)

Þhingvellir, zicht op de breuklijn tussen de Euraziatische en de Amerikaanse tektonische platen

Divergente breuklijn 

IJsland bevindt zich pal op de Midden-Atlantische Rug, de breukzone tussen de Amerikaanse en de Euraziatische tektonische plaat. Deze tektonische platen drijven er uit mekaar en zo'n breuk noemt men een 'divergente' breuklijn of plaatgrens. IJsland wordt letterlijk in twee gescheurd en beide delen drijven jaarlijks 1,5 tot 2 centimeter uit mekaar. Op sommige plaatsen is de breuk duidelijk te zien zoals in de foto hierboven te Þingvellir. De Midden-Atlantische Rug begint 330 km van de noordpool en reikt tot het eiland Bouvet niet ver van Antarctica, totale lengte ongeveer 15.000 km.

Hekla vulkaan

Jong en vulkanisch

Geologisch is IJsland nog een 'jong' land. Er zijn nog geen gesteenten gevonden die ouder zijn dan 20 miljoen jaren en die jeugdige leeftijd merk je aan de nog steeds aanwezige vulkanische activiteit. Om de 4 à 5 jaar heeft er wel ergens een vulkaanuitbarsting plaats. De eerste op schrift vastgelegde was die van de Hekla vulkaan in 1104. Sedertdien is de Hekla al tientallen keren uitgebarsten. In het verleden kreeg de Hekla de bijnaam: 'toegang tot de hel'. De laatste grote uitbarsting vond plaats van 29 maart 1947 tot 21 April 1948 en de eruptiekolom bereikte toen een hoogte van 30 kilometer.

Omgeving Aldeyarfoss waterval

Vulkanische gesteenten

90% van het land bestaat uit vulkanische stollingsgesteenten waarvan 80% basalt- en 10% zure (SiO2-rijke) ryolietgesteenten. Wanneer een dikke laag uitvloeiende lava door een snelle afkoeling aan het stollen gaat kan dit typische zeskante (hexagonale) basaltbreuken veroorzaken. Meest gekend zijn de verticale basaltkolommen maar op sommige plaatsen kan je de meest onwaarschijnlijke vormen en structuren bewonderen zoals in de nabijheid van de Aldeyarfoss waterval waar ze op een versteend woud lijken (foto boven).

Hveravellir hete bronnen gebied

IJsland is hot

De geothermische gradiënt (de toename van de temperatuur per diepte-eenheid) ligt normaal gesproken tussen + 15 en 30 °C per kilometer. In IJsland daarentegen kan de temperatuur op 1 kilometer diepte op sommige plaatsen oplopen tot + 200 °C en meer. Op plaatsen waar de bodem heel poreus is kan de opstijgende hitte dan gemakkelijk de oppervlakte bereiken, deze hoge temperatuurzones creëren zo geothermische fenomenen zoals: geisers, kokende modder- en waterpoelen, fumarolen, solfataren en vaak ook kleurrijke patronen in het landschap.

Reykjanes Power Station geothermische centrale

Geo- en hydrokrachtcentrales

Voor de productie van (goedkope) elektriciteit en warm leidingwater maken de IJslanders dankbaar gebruik van aardwarmte (geothermie). In vulkanisch actieve gebieden gaat men 2000 meter diep om de winning uit aardwarmte lonend te maken. IJsland telt meerdere geothermische centrales, de grootste is Hellisheiðarvirkjun. In het hoogland worden meren verbonden en afgedamd waardoor er grote waterreservoirs ontstaan waarmee men turbines van waterkrachtcentrales kan aandrijven.

Leirhnjúkurhraun stomende lavavelden

Lavavelden

11 % van het land is bedekt met lavavelden, de meeste zijn eeuwen oud maar er is ook nog vrij jonge lava, een gevolg van een serie uitbarstingen tussen 1975 en 1984 die bekend staan als het Kraflavuur. De lava die er toen is uitgevloeid ligt er op sommige plaatsen nog steeds warm en dampend bij, dit laatste vooral na een fikse regenbui. In 2014 kreeg het Holuhraun lavaveld er circa 40 miljoen m³ verse lava bij, verspeid over een gebied van meer dan 12 km². De meest dramatische uitbarsting gebeurde op 8 juni 1783 (Lakagígar), 9 maanden lang spoten vele lavafonteinen uit een bijna 25 km lange kraterrij en de lavastroom bedekte uiteindelijk 565 km² met een dikke laag lava. Het lavaveld kreeg de naam Eldhraun (vuurveld).

Fjallsjökull (gletsjer aan de zuidrand van Vatnajökull)

IJsland is cool

Ongeveer 11 procent van het land is bedekt met ijs. De Vatnajökull (jökull = gletsjer) heeft een oppervlakte van ongeveer 8300 km² (8% van het land) met een ijsmassa die tot 1000 meter dik is. IJslands hoogste punt, Hvannadalshnúkur (2109 m), ligt in het zuidelijk deel van de Vatnajökull. Onder de ijskap liggen verscheidene actieve vulkanen die regelmatig van zich laten horen en die een enorme jökulhlaup (gletsjerdoorbraak) kunnen veroorzaken zoals in 1996. In 2008 werd het National Park Vatnajökull opgericht.

Skogafoss (62 meter hoge waterval)

IJsland is nat

Waar veel ijs is is er veel smeltwater. Het land wordt doorkruist met een netwerk van snelstromende rivieren. De langste is de Þjórsá (230 km, oppervlakte: 7500 km²). Onderweg naar zee moet het water zich een weg zoeken doorheen het bergachtige landschap en komen er ontelbare watervallen voor. De hoogste zijn Morsárfoss (240 meter), Glymur (190 meter), Háifoss (122 meter) en Hengifoss (110 meter).

Thingvellir zicht op kerkje en bijgebouwen

Meren

3% zijn meren en het gaat dan van ontelbare kleine plasjes tot Þhingvallavatn, het grootste 'natuurlijke' meer met een oppervlakte van 84 km² (diepste punt 114 meter). Aan de noordkant van het meer bevindt zich Þingvellir waar in 930 het Alþing, het nationaal parlement, werd opgericht. Het meer maakt deel uit van het Þingvellir National Park, IJsland's eerste nationaal park dat in 1930 werd opgericht en in 2004 werd opgenomen de UNESCO werelderfgoedlijst.

Gletsjermeer Jökulsárlón

Het beroemde gletsjermeer

Heel populair en druk bezocht is het gletsjermeer Jökulsárlón met zijn ronddrijvende ijsbergen die als het ware tijdelijk in het meer gevangen zitten en flink wat moeten afslanken voor ze door een nauwe korte kanaaldoorgang de zee kunnen bereiken. Het ijs is afkomstig van het afbrokkelende gletsjerfront van de Breiðamerkurjökull, een brede gletsjer ten zuiden van de Vatnajökull. Er zijn daar ook al een aantal filmscènes opgenomen, onder andere de Bond-films A View to a Kill en Die Another Day.

Omgeving Kjölur (weg F35)

Het ruige onbewoonde binnenland

96 procent van de IJslandse bevolking woont in steden, de andere 4 % woont verspreid over het laagland, meestal in boerderijen. Het binnenland is ruig en helemaal onbewoond, tijdens de zomermaanden is het alleen toegankelijk voor 4x4-voertuigen. In de winter zijn alle wegen er afgesloten. 60 % van het eiland ligt hoger dan 400 meter. In dit 'hoogland' is de begroeing heel karig en laag omdat de boomgrens zich reeds op 200-400 meter bevindt. Boven 700 meter groeit er niets meer.

Svartifoss, de zwarte waterval

Groen IJsland

Op 23 % kan vegetatie voorkomen waarvan 1,5 à 2 % bos. Er is dus wel degelijk een groen IJsland. Voor de kolonisatie zou meer 20% van het land bebost zijn geweest. De meest voorkomende boom is de zachte berk (Betula pubescens), vaak slechts 2 tot 3 meter hoog maar op gunstige groeiplaatsen in de laaglanden kan hij 5 tot 10 meter hoog worden. Omdat zijn groeisnelheid traag is werden om de herbebossing te versnellen ook Noord-Amerikaanse soorten aangeplant maar daar komt steeds meer protest tegen omdat die er niet echt thuishoren. Nabij Hallormsstaður bevindt zich het grootste bos (1200 hectare) met de grootste boom van IJsland, een Russische lariks van meer dan 20 meter.

Svartifoss, de zwarte waterval

Poolvos

De poolvos is er het enige autochtone landzoogdier. Toen de Noordelijke IJszee na de laatste ijstijd nog was dichtgevroren konden ze vanuit Groenland oversteken. Alle andere landzoogdieren zijn er met opzet of per ongeluk ingevoerd. Amerikaanse nertsen werden geïmporteerd en gefokt voor hun pels maar ze wisten te ontsnappen en thans leven deze roofdieren er van vogels en vissen, de veldmuis komt plaatselijk vrij veel voor maar er zouden ook nog andere muizen en ratten zijn (ooit ongewild meegekomen met schepen). In de bergachtige streek ten noordoosten van de Vatnajökull lopen enkele duizenden rendieren vrij rond die aan het eind van de 18de eeuw vanuit Noord-Noorwegen werden ingevoerd. De Muskusos werd tot 3 maal toe ingevoerd maar zonder succes en ook pogingen om Sneeuwhaas en Konijn in het wild uit te zetten mislukten.

Svartifoss, de zwarte waterval

Papegaaiduiker

De arctische zomer zorgt voor een invasie van miljoenen vogels die er komen broeden in één kort broedseizoen. Alles bij elkaar zijn er reeds bijna 400 soorten waargenomen maar slechts een 80-tal soorten broeden er regelmatig waarvan 21 er het hele jaar blijven (residents). De populairste en meest gefotografeerde vogel is wellicht de papegaaiduiker of 'Lundi' zoals de IJslanders hem noemen. Tijdens de zomer broeden deze sympathieke zeevogeltjes in kleine en heel grote kolonies langs de kusten, men schat hun populatie dan op 5 à 6 miljoen broedparen. De nationale vogel is de giervalk (de grootse van de valken) en die is er beschermd.

Zomer (strand met baders)

Zomer

De wind die meestal van zuid naar noord over het eiland blaast en het contact tussen de warmere luchtlagen die de warme golfstroom meebrengt en de koude noordelijke lucht zorgt er voor een onstabiel winderig klimaat met vrij veel bewolking en neerslag. Op een zomerse dag zijn allerlei weersomstandigheden mogelijk: zachte zonnestralen kunnen snel overgaan in winderige regenbuien maar als de zomerzon haar best doet kan het er soms ook aangenaam warm zijn. De warmste dag in IJsland was 22 juni 1939 met + 30,5 °C (te Teigarhorn aan de zuidoostkust).

Winter (jeep klieft door de sneeuw)

Winter

Vanaf november treedt de winter in en vermindert het daglicht om eind december helemaal weg te blijven. Een laag maagdelijke sneeuw bedekt het land en de wegen door het binnenland worden gesloten. Daar kunnen alleen goed uitgeruste superjeeps zich nog een weg banen door de witte woestijn. Temperaturen kunnen flink onder het vriespunt dalen maar de wind is de echte vijand en aangepaste warme en vooral winddichte kleding is aangewezen. De koudste dag in IJsland was 22 januari 1918 met - 38 °C (te Grímsstaðir en te Möðrudalur).

Sneeuwstorm te Möðrudalur

Hoogst gelegen permanent bewoonde boerderij

De hoogst gelegen permanent bewoonde boerderij bevindt zich te Möðrudalur (469 meter). Het kerkje werd door de boer Jón Stefánsson zelf gebouwd in 1949 om zijn vrouw te gedenken die in datzelfde jaar overleed. De boerderij werd later uitgebreid met een guesthouse, camping en een gezellig uit turf en hout opgetrokken verbruikszaaltje waar men bijvoorbeeld een heerlijke warme chocomelk kan drinken of een kleinigheid kan nuttigen.

Landbouwbedrijf te Storamork

Landbouw en veeteelt

1,5 % is gecultiveerd en 1,3 % daarvan is grasland, hooiland voor hun dieren: IJslandse paarden, koeien en schapen. In de zomer is er constant daglicht en wordt er met man en macht gewerkt om meerdere keren te kunnen oogsten. Alles droog ingepakt krijgen is niet altijd makkelijk.

Zonsondergang

Licht en duisternis

Door de constante duisternis zou je kunnen denken dat somberheid er troef is maar kort na de jaarwisseling is alweer wat daglicht en begin maart zijn de dagen al langer dan in België want de zon komt er dan al op rond 8.20 uur en gaat onder rond 19 uur. Begin juli komt de zon op in Reykjavík te 3,07 uur en gaat onder te 23,55 uur. De middernachtzon kan je zien te Grimsey aan de noordpoolcirkel (op en rond 21 juni). Als de bewolking niet voor spelbreker speelt kan je er in de vroege lente en in de late herfst ook prachtige, langdurige schemerperioden bewonderen.

Kerlingarfjöll stomende gekleurde bergen in het binnenland

Wandel- en fotografieland

IJsland is een land waar men dagenlang kan stappen over ruige wandelpaden die in 's werelds top tien staan genoteerd bij de 'Best Places for Trekking and Hiking'. De unieke en buitengewone landschappen, het voortdurend veranderende licht, het dramatische wolkenspel, het uitbundige vogel- en plantenleven, en het blij en opgewekt herademen als die fikse regenbui dan toch eindelijk eens stopt brengen iedere bezoeker in verwondering en maken van dit eiland een van de meest fotogenieke locaties van het noordelijk halfrond. Foto- en videocamera's maken er haast altijd overuren.

Standbeeld van Ingólfur Arnarson te Reykjavík

Ingólfur Arnarson

De eerste die zich er permanent vestigde was Ingólfur Arnarson, een Noors stamhoofd die met zijn vrouw Hallveig Fróðadóttir en zijn stamgenoten Noorwegen ontvluchtte (zie Geschiedenis van IJsland). Hij kwam rond 874 met zijn schip aan in Zuid-IJsland. Een paar jaar later vestigde hij zich definitief in het zuidwesten. Omdat hij daar stoom zag oprijzen uit hete bronnen in de omgeving noemde hij de plaats Reykjavík, wat rookbaai betekent (reykur = rook, vík = kleine baai of inham). Archeologen hebben restanten van de fundering van zijn woonplaats gevonden waarrond een museum werd opgericht genaamd: 871 +/-2.

Reykjavík (zicht vanuit de toren van de Hallgrímskirkja)

Reykjavík

Half de negentiende eeuw groeide de nederzetting van Ingólfur Arnarson van een dorp met een handvol boerderijen uit tot de meest noordelijke hoofdstad van Europa. Laagbouw en weids uitgespreide woonwijken domineren het stadsbeeld, hoogbouw is er beperkt aanwezig. Reykjavik ligt ten zuiden van de berg Esja die de stad tegen koude noordelijke winden beschermt. De grootste rivier die door de stad loopt is de Elliðaá, deze rivier is onbevaarbaar maar behoort wel bij de top tien van de beste zalmrivieren van IJsland. In Reykjavík is er altijd heel wat te zien en te beleven en in de omgeving kom je algauw in de IJslandse natuur terecht.

Hallgrímskirkja in Reykjavík

Hallgrímskirkja

De Hallgrímskirkja is genoemd naar Hallgrímur Pétursson (1614 - 1675), een geestelijke en de grootste hymneschrijver van het land van wie nu nog steeds werken worden uitgevoerd. De kerk is een werk van de staatsarchitect Gudjón Samuélsson (1887-1950). Na meer dan 40 jaar arbeid werd de kerk in 1987 ingewijd. De buitenkant is geïnspireerd op de verticale basaltkolommen. De toren is met zijn 74,5 meter het hoogste gebouw en torent boven het stadscentrum van Reykjavík. Men kan er regelmatig concerten bijwonen en de sobere gotische kerk heeft de perfecte akoestiek voor de 5275 orgelpijpen met hun ongelooflijke mooie warme klanken. De Hallgrímskirkja staat ook genoteerd bij de top tien van unieke kerken.