NATUREVIEW  natuurfotografie door Jan Roofthooft

Svalbard, archipel in het Hoge Noorden

De Svalbard-archipel bevindt zich in de Noordelijke IJszee zowat halverwege tussen Noorwegen en de Noordpool (565km ten noorden van Noorwegen) en bestaat uit 3 grote en een aantal kleine eilanden, alles bij mekaar een oppervlakte van 63.000 km², ongeveer België en Nederland samen.
Een uitloper van een warme Atlantische golfstroom reikt via IJsland en de Noorse Zee nog net tot aan de westkust en houdt die in de zomer ijsvrij zodat daar dan scheepvaart mogelijk is en daar maken verscheidene touroperators dan ook dankbaar gebruik van.

Svalbard (westkust)
Arctische schoonheid

De aanblik van het noordpoolijs is adembenemend mooi. Voor je nog eens met je ogen knippert heeft het je al betoverd en is het onuitwisbaar in je geheugen gegrift: het decor van sneeuw en ijs, de desolatie, de rust, de stilte, de extremen van moeder natuur in een overvloed van licht. Van 19 april tot 21 augustus gaat de zon er niet meer onder en kan je er de middernachtzon bewonderen,... en met wat geluk zie je misschien ook nog een ronddolende ijsbeer in het licht van de nacht. Geen wonder dat dit gebied in deze periode een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent.
(Van november tot januari is het er permanent nacht).

IJspannekoeken
Uniek in het Hoge Noorden

Nergens ter wereld vind je op dezelfde breedtegraad zulke gunstige klimatologische condities en dat maakt het gebied uniek zo hoog in het Noorden. De uitloper van de warme golfstroom en de overheersende zuidwestenwinden zorgen aan de westkant voor een vrij mild zeeklimaat waarbij de uiterste temperaturen niet al te ver uit elkaar liggen. In het oosten zijn de temperaturen in het algemeen wat lager.
De gemiddelde zomertemperatuur bedraagt plus 6° Celsius (varieert tussen 0° en 12°), de gemiddelde wintertemperatuur is min 14°, een verschil van slechts 20 graden. Gedurende de winter kan de temperatuur er al eens rond min 20° schommelen en er zijn soms nog koudere perioden. De laagste temperatuur die ooit werd gemeten bedroeg min 46,3° (maart 1986), de hoogste 21,3°(juli 1979), beide opgetekend in Longyearbyen.

Magdalenefjorden
Regen en wind

Omdat koude lucht niet in staat is om veel waterdamp vast te houden is de jaarlijkse hoeveelheid neerslag er veel lager dan in onze gematigde streken. De gemiddelde neerslag in Longyearbyen is slechts 200 mm/per jaar (in België > 800 mm/jaar).
Perioden van mist kunnen er ook in de zomer voorkomen.
Afkoeling door de wind is het grootste probleem in koude regio's: de gevoelstemperatuur daalt zienderogen als de wind in kracht toeneemt. "Wind is the enemy": zeggen de poolreizigers. Winddichte kleding is dus absoluut noodzakelijk.

Zeipelbukta
Geologie

Schurende gletsjers hebben dit land tot zijn huidige, grillige geologische vormen geschaafd en hierdoor zijn haast alle geologische lagen aan de oppervlakte te vinden. Grote delen van de eilandengroep, vooral op Spitsbergen, zijn ruig en bergachtig en hebben een alpien karakter met spitse bergen van graniet, steile hellingen en diep ingesneden fjorden. Dit soort gebergte is hier karakteristiek voor metamorf- en vulkanisch gesteente. De hoogste toppen bevinden zich in het noordoostelijk deel van Spitsbergen: Newtontoppen (1713 m) en Perriertoppen (1712 m). In het centrale deel van Spitsbergen en verder oostwaarts naar de eilanden Barentsøya en Edgeøya is het gesteente van sedimentaire oorsprong. De bergen hebben er een vlakke bovenkant en de dalen zijn er breder.

'Spitse bergen' in zicht
Gletsjerdominantie

Meer dan 60% van het land is met ijs bedekt. Als gigantische ijsrivieren glijden gletsjers onder hun enorme gewicht schuivend en schurend bergafwaarts met snelheden van enkele millimetertjes tot uitzonderlijk meer dan 15 meter per dag (Jakobshavn op Groenland). Niets houdt zo'n enorme ijsmassa tegen. Op verscheidene plaatsen eindigen ze als een drijvende ijsvloer in het zeewater. Eb en vloed doen het 10 tot 40 meter hoge gletsjerfront van deze getijdengletsjers rijzen en dalen, het ijs kreunt en kraakt, er ontstaan grote barsten en op den duur zal het ijs met donderend geweld afbreken en zich op het water te pletter storten.

Gletsjerfront Monacobreen in Liefdefjorden
IJs op drift

Soms scheuren massieve ijsmassa's af die eerst kantelen en draaien, om daarna in wankel evenwicht weg te drijven. Als geduldige beeldhouwers boetseren dooi, water en wind het ijs tot kunstwerken, tot ijseilanden met alle mogelijke vormen. In de poolzeeën kunnen ze door de lage lucht- en watertemperatuur lang blijven bestaan maar zodra ze in zeewater van meer dan 4 graden Celsius terechtkomen smelten ze langzaam maar zeker weg. Wanneer ijsbergen in een koude golfstroom terecht komen zoals aan de westkant van Groenland kunnen ze enorme afstanden afleggen en zelfs de evenaar bereiken. IJsbergen lijken altijd veel kleiner dan ze werkelijk zijn omdat slechts ongeveer 1/7de deel boven water uitsteekt.

IJsberg op drift
Permafrost

Permafrost noemt men het verschijnsel waarbij de bevroren ondergrond in bepaalde gebieden nabij de polen en in het hooggebergte nooit helemaal ontdooit. Men schat dat er onder 20% van de aardse landmassa permafrost aanwezig is. In de korte zomer van Svalbard ontdooit de bovenlaag tot een diepte van 0.5-2 m, afhankelijk van de bodemgesteldheid en de ligging. Omdat het water niet door de bevroren bodem kan wegsijpelen ontstaat er een natte, moerassige bovenlaag.
Op Svalbard wordt dankbaar gebruikt gemaakt van de permafrost, de Svalbard Global Seed Vault is een wereldzaadbank die dient voor de opslag en het bewaren op lange termijn van zaden van zo veel mogelijk rassen van (voedsel)gewassen.

Ontdooiende bovenlaag
Werking van vorst en dooi

In de onregelmatige stenige vlakte die door een gletsjer is achtergelaten kunnen er door de wisselende werking van water, vorst en dooi, allerlei patronen ontstaan omdat gedurende de vorstperiode het ijs plaatselijk de grotere stenen bij elkaar drukt, en het smeltwater tijdens de dooi de kleinere steentjes steeds opnieuw wegspoelt.

Door vorst gecreëerde steenpatronen
Flora

Vegetatie komt op slechts op 6 tot 7% van Svalbard voor en wordt er in hoge mate beïnvloed door de bodemgesteldheid en de beschikbare hoeveelheid water. Arctische flora vind je er alleen op lager gelegen plaatsen waar tijdens de zomer de sneeuw verdwijnt (tot max. +/- 100 meter hoogte). Elke oneffenheid in het terrein kan een groot verschil geven in de accumulatie van sneeuw, de bodemtemperatuur, de blootstelling aan de wind en de dooidiepte. Sommige planten zijn goed aangepast aan de korte zomer en staan al in knop onder de sneeuw en als de sneeuw verdwijnt kunnen ze dan al na enkele dagen in bloei staan. Ondanks de moeilijke levensomstandigheden tovert de natuur hier toch meer dan 170 hogere plantensoorten te voorschijn. Eén van de eerste bloeiers is de purperen steenbreek (Saxifrage oppositifolia) die de hele zomer verder bloeit.
Meer dan 60 procent van Svalbard is beschermd gebied (Nature Reserve, National Park, Bird Sanctuary, Flora Sanctuary).

Purperen steenbreek
Vogels

Door het constante zomerlicht produceert het zeewater hier een overvloed aan voedsel. Voor de kust van Spitsbergen komen de warme Atlantische golfstroom, de koude polaire stroming en het nutriëntenrijke smeltwater van gletsjers bij elkaar en vormen er een rijke voedingsbodem voor enorme hoeveelheden fytoplankton dat als voedsel dient voor het zoöplankton.
Dat trekt miljoenen vogels aan die hier komen broeden en hun jongen moeten voederen. Op de vogelkliffen heeft de stilte plaats gemaakt voor een helse en lawaaierige drukte. Als de zomer op zijn einde loopt wordt het weer stil op de kliffen, zeevogels hervatten hun leven op zee, andere trekken naar hun overwinteringsgebieden. De enige standvogel die erin slaagt om hier de winters te overleven is het Svalbard sneeuwhoen (Lagopus muta hyperborea).

Svalbard sneeuwhoen
IJsberen

Sinds de jacht op ijsberen (Ursus maritimus) hier in 1972 is stopgezet is hun populatie gestaag toegenomen en daarmee dus ook de kans op een ontmoeting met deze tot de verbeelding sprekende dieren, de grootste van alle landcarnivoren. Men ziet ze meestal in hun eentje rondzwervend, vooral langs de noord- en oostkust langs pakijs en drijfijs. Daar vinden ze hun voornaamste prooi: zeehonden. Als het ijs zich terugtrekt en de prooidieren schaarser worden zwerven ze langs de kusten en eten ze ook wieren, vis, watervogels en hun eieren. Bij gebrek aan beter eten ze ook afval en aas. Met een maaginhoud van 70 liter kunnen ze veel voedsel in één keer opslaan waarna ze weken tot maanden zonder kunnen.
Mannetjesberen wegen 300-700 kg, vrouwtjes 150-350 kg. Hun lengte varieert van 180 tot 260 cm. De zwaarste ijsbeer ooit woog 1002 kg, een mannetje dat in 1960 werd geschoten in Kotzebue Sound in Noordwest Alaska.

IJsbeer
Svalbard rendier

Het Svalbard rendier (Rangifer tarandus platyrhynchus) graast zowat 24 uur op 24 en weet de maandenlange winterse duisternis en dit polaire klimaat te overleven met een bijzonder arm voedselaanbod dankzij zijn haast alles verterende maagsappen, zijn dikke pels en een 5 centimeter dikke vetlaag. Deze dieren hebben een gedrongen bouw en grote ogen, en zijn sedentair. Maar hoe goed ze ook tegen de kou en het grimmige klimaat zijn bestand, de dood is nooit veraf. De meeste rendieren sterven van honger door slijtage, beschadiging of verlies van hun tanden bij het bijten op de schaarse en kleine vegetatie tussen stenen en keitjes. In tegenstelling tot het Europese rendier komt het Svalbard rendier in kleine groepjes voor en laat het zich niet temmen.

Svalbard rendier
Poolvos

De poolvos (Vulpes lagopus) is een kleinere spichtige vos van 2,5 tot 5 kg met kleine ronde oren. In de zomer zijn ze heel druk in de weer en altijd op zoek naar prooien, vooral langs de vogelkliffen. Terwijl ze voor een nageslacht zorgen moeten ze ook een ruime voorraad vlees wegstapelen. Om hun voorraden voor de barre wintertijd in te vriezen maken ze gebruik van de permafrost.
Ze komen voor in 2 kleurfasen: wit en blauw. Op Svalbard zijn 90 tot 97 % 'witte' poolvossen, in de zomer is hun pels bruinbeige /bruingrijs maar vanaf september begint hun pels te veranderen en in november/december hebben ze hun witte winterpels (op enkele zwarte haren na op het uiteinde van de staart). Voor hun witte pels worden ze gevangen met vallen die de schedel verbrijzelen maar de pels sparen. De zeldzame 'blauwe' vos heeft het hele jaar door een licht- tot donkerbruine pels die in de winter een beetje een lichter wordt en een blauwgrijze schijn krijgt.

Poolvos
Walrus

Walrussen (Odobenus rosmarus) leven in kudden in de kuststreken van het hoge noorden. Soms liggen ze dagenlang op het strand of op een ijsschots. De Atlantische Walrus was hier door overbejaging bijna uitgestorven maar sedert ze in 1952 volledig beschermd werden groeit hun aantal weer langzaam aan. Bullen hebben een massieve nek en schouders, ze zijn 3 tot 3,5 meter lang en wegen 800 kilo tot 1,5 ton, koeien zijn ongeveer 2,5 meter lang en wegen tussen 600 en 900 kilo. Ze voeden zich met kleine vissen, schelpdieren en andere ongewervelden. In het water is hun gemiddelde zwemsnelheid 7 kilometer per uur maar ze kunnen ook 35 km halen. Ze kunnen 200 meter diep duiken en wel 30 minuten onder water blijven zonder adem te halen maar meestal blijven ze niet langer dan 10 minuten onder.

Walrussen
Baardrob

De baardrob voelt zich thuis op het koele ijs en ligt er vaak heel gezellig te dromen en te gapen. Hij behoort tot de familie van de zeehonden en is een wat grotere soort: 2,5 tot 3 meter lang, die tot 300 kilo kan wegen en zich voedt zich met weekdieren, kreeftachtigen, inktvissen en vissen.
De meest voorkomende zeehond rond Spitsbergen is de ringelrob die vaak in groepen wordt gezien in de buurt van ijsvlakten. Bij gebrek aan pakijs zijn ze ook vaak te vinden op kleinere ijsblokken nabij gletsjers en op in zee aflopende gletsjertongen. De gewone zeehond komt op Spitsbergen alleen voor rond Prins Karls Forland en aan de ingang van de Kongsfjord.

Baardrob
Longyearbyen

Longyearbyen (> 2000 inwoners) is de belangrijkste plaats. Het is een moderne Noorse nederzetting gelegen in Adventfjorden, een zijfjord van Isfjorden. Oorspronkelijk opgericht als een steenkoolmijnnederzetting is de mijnbouw er heden van ondergeschikt belang. Het is nu het administratieve centrum en de toegangspoort tot de archipel en Noordelijke IJszee, vooral vanwege de moderne luchthaven die zich op 6 km afstand bevindt. Het is de ideale uitvalsbasis voor allerlei activiteiten en je vindt er alle mogelijke accommodatie: hotels, guesthouse, jeugdherberg, cafetaria, restaurant, supermarkt, bank, bioscoop, sporthal, zwembad en zelfs een eigen universiteit (UNIS). (Longyearbyen bevindt zich op 1.306 kilometer van de Noordpool).

Longyearbyen (in de voorgrond de steenkoolhaven)
Ny Ålesund, wetenschappelijk arctisch onderzoek

Ny Ålesund aan de Kongsfjord is de meest noordelijkste nederzetting ter wereld. Na een reeks ongelukken waarbij tientallen mijnwerkers het leven verloren is men er gestopt met de mijnbouw. Het is nu een centrum voor wetenschappelijk arctisch onderzoek dat ‘s zomers plaats biedt aan meer dan honderd wetenschappers.
Ook Nederlanderse wetenschappers zijn er actief in het Nederlands Poolstation Spitsbergen.
In de Hornsund fjord bevindt zich een Pools onderzoekstation, het Polish Polar Station waar een 10-tal Poolse wetenschappers verblijven.

Ny Ålesund
Steenkoolmijnen

Steenkool komt voort uit afzettingen van plantenresten en honderden miljoenen jaren geleden lag deze regio nog onder de evenaar en kende toen een weelderige plantengroei. Mijnactiviteiten op Svalbard begonnen in 1906 door John Munro Longyear van de Arctic Coal Company en de toenmalige nederzetting kreeg de naam Longyear City, toen het later door de Noren werd overgenomen werd het Longyearbyen genoemd.
De Store Norske Spitsbergen Kulkompani (SNSK) exploreert er (met de nodige subsidies naar het schijnt) nog op 2 locaties: Lonyearbyen en Sveagruva. In 1932 nam het Sovjet Staatsbedrijf Trust Arktikugol de Nederlandse mijneigendommen op Spitsbergen over en momenteel hebben ze er nog 1 koolmijnnederzetting in werking te Barentszburg.

Steelkoolmijn in Longyearbyen
Svalbard en Spitsbergen

In 1925 kreeg de hele archipel de Noorse naam Svalbard toegewezen naar een vermelding in IJslandse annalen van 1194 waarin er door de Vikingen sprake is van "Svalbard", vrij vertaald: "Koude kust". Spitsbergen verwijst naar het grootste eiland dat de hele westkant van de archipel bestrijkt. Zie de interactieve kaart.
Nederland heeft er geschiedenis geschreven. In 1596 vertrokken Willem Barentsz en Van Heemskerk voor de derde keer naar het Noorden. Hun expeditie zocht er een doorgang richting Oosten en ontdekte er 'Het Nieuwe Land'. De naam 'Spitsbergen' werd later door Willem neergeschreven in zijn aantekeningen van 24 juni en vanaf toen is Spitsbergen voor de Nederlanders de benaming voor de hele archipel.

NO-Svalbard, zicht op Sjuøyane(= Zeven eilanden)
Walvisvaart

Zeevaarders hadden opgemerkt dat het langs de kusten en in de fjorden van het Noorden krioelde van de walvissen en dat was de aanzet tot de zeventiende-eeuwse internationale walvisvaart. Op korte tijd vertrokken Nederlandse, Engelse, Deense, Baskische walvisvaarders op jacht. Om de walvissen ter plaatse te kunnen verwerken werden ter plaatse enkele nederzettingen opgericht. Op Amsterdamøya (Amsterdam-eiland) vind je nog het enige en laatste restant van een traanoven van de toenmalige Smeerenburg nederzetting waar in de zomer een tweehonderdtal mensen de walvissen 'verwerkten'.

Restant van een traanoven op Amsterdamøya
Levenslange besmetting

Een reis naar het Hoge Noorden heeft altijd iets avontuurlijks. Iedere natuurliefhebber die dit gebied bezoekt zal ook hopen op één of meer bijzondere waarnemingen en dus is het de klok rond uitkijken naar besneeuwde bergen, machtige gletsjers, pakijs en drijfijs, dier- en plantenleven en nog zoveel meer. Voeg daarbij de frisse, gezonde zeelucht en het leven aan boord van een schip en iedere noordpoolreis wordt beslist een bijzondere belevenis. En hoewel bacteriën of virussen hier weinig of geen kans krijgen, hou er toch maar rekening mee dat je er voor de rest van je leven besmet kan worden door één microbe,... de ijsmicrobe. Eens die onder je huid zit krijg je ze nooit meer weg!

Zwevend tussen planetoïden van ijs
Beknopte historische data
  • 1194: Notitie in IJslandse teksten: 'Svalbarði fundinn'
  • 1596: Willem Barentsz ontdekt er 'Het Nieuwe Land'
  • 1600 - 1750: Internationale walvisvangst
  • 1700-1800: Russische (winterse) jagers en trappers
  • 1800 - 1900: Noorse (winterse) jagers en trappers
  • 1906: John M. Longyear begint met de eerste koolmijnexploitatie
  • 1920: Het 'Svalbard verdrag' wordt ondertekend
  • 1925: Noorwegen bekomt de soevereiniteit over Svalbard